Vandaag nog zei een leerling- 13 jaar en rijdend op een grote friese merrie- tegen me:” Ze luistert zo slecht en daarom moet ik haar zo hard schoppen.”
Een mooi voorbeeld van wat ik vaak tegenkom: de nadruk leggen op wat een paard niet goed doet. In dit geval wordt de hulp dan een correctie. Maar in wezen zijn hulpen geen straf, geen afdwingend mechanisme. Ze zijn bedoeld als uitnodiging. Een richting. Een: “ja, dit is wat ik bedoel.”
Waarom een ‘nee’ niet werkt
Als je als ruiter vooral bezig bent met het bijsturen van fouten, ervaart het paard jouw energie als gecorrigeerd, gespannen of defensief. Zelfs als de hulp klein lijkt, voelt het paard de onderliggende lading.
De correctie zelf, geeft geen richting, dat doet de opening.
Wat ik daarmee bedoel is dat je tijdens het trainen je paard wilt stimuleren in het juiste frame te lopen.
De opening is de richting.
Stel jezelf een een enthousiaste Border collie voor die aan het werk is met een kudde schapen. De hond corrigeert daar waar het schaap niet heen moet, maar creert een opening in de gewenste richting.
Dit vertalen naar een hulp, houdt in dat je richting creëert waar je de druk vervangt door het geven van ruimte, ofwel, het achterwege laten van de druk.
Wanneer je dit om zou zetten in termen van de leerprincipes, zou je hier spreken van een vorm van een negatieve bekrachtiging: een onprettig gevoel (druk) verdwijnt als een gevraagde beweging wordt uitgevoerd. Echter, wanneer je oefeningen er altijd op zijn gericht om het gevoel van ontspanning te vergroten, dán wordt er iets prettigs toegevoegd bij het uitvoeren van de gevraagde beweging en spreek je van een positieve bekrachtiging. Net als dat het schaap leert, dat de richting een plek is met vers gras.
Het gaat er dus om dat je je bewust bent van het geven van de juiste richting door de afwezigheid van druk in de richting van het gevraagde frame. Een vereiste is daarbij dat je heel goed voelt, ziet en ervaart waar het paard verstrakt en/of dissocieert in zijn lichaam en geest, zodat je weet dat je druk te groot is om richting te geven.
Vooral paarden die geleerd hebben dat elke richting een correctie inhoudt, hebben een goed gebaand neuronen-pad naar freeze en dissociatie. Voor zulke paarden is elke vraag in de vorm van druk, waarop ze het antwoord niet hebben geleerd, een aankondiging van een onplezierige situatie en schieten daarom al heel snel op slot.
paarden die weten dat de richting van de ruimte altijd meer ontspanning oplevert, gaan werken voor de ontspanning.
Wanneer we het voorbeeld nemen van het terugrijden van de draf naar verzameling en deze uitwerken in de verschillende leervormen, leren we het onderscheid te begrijpen..
Wanneer terugrijden wordt ingezet met het sluiten van de hand en de zit en daarbij aanhoudend been wordt gegeven om het paard actief te houden, dan spreken we van het toevoegen van iets onaangenaams, wat niet verdwijnt ondanks het gehoorzamen. Wat het paard ook doet, het onaangename verdwijnt niet, sterker nog, vaak wordt het zelfs versterkt met hulpmiddelen. In dit geval kan het paard niets doen om te ontsnappen. Hierdoor ontstaat vluchten, vechten of bevriezen met uiteindelijk dissociëren. Of te wel: aangeleerde hulpeloosheid.
Wanneer je je hand en je zit sluit en is dat een correctie op het huidige frame en een aankondiging voor een ander frame. Bij alleen een correctie is er geen richting in de boodschap voor het paard. Het paard moet raden wat het moet. Dit geeft vertraging en verwarring. Tevens is er geen beloning. Het paard raakt gefrustreerd en raakt afgestompt.
Wanneer je je hand en zit sluit en aansluitend direct je zit opent, je been lift én je hand weer opent, geef je een duidelijk signaal dat het paard zijn ribben kan uitzetten en daarbij beter ondertreden en een duidelijke richting van tempo en halshouding. Wanneer je dan goed voelt of het paard daar zijn lichaam loslaat, weet je dat hij in het goed frame schiet waarbij de ontspanningshormonen vrijelijk stromen. Dit is een vorm van positieve bekrachtiging. Het paard leert dat het hem wat oplevert, en daar zegt hij graag ja tegen.
Heldere communicatie.
Wanneer je daarbij een heel helder beeld voor ogen hebt en daarbij alvast het bijbehorende gevoel oproept, zodat je intentie duidelijk is, krijg je hele heldere communicatie. Je zult gaan merken dat je paard razendsnel begrijpt wat het antwoord op je vraag is.
Een hulp die zegt: “Ja, dit bedoel ik”
Trainen vanuit een ‘ja’ betekent dat je je hulpen zo inzet dat ze richting geven, zonder iets af te keuren. Je benoemt wat wél gewenst is. Je bent alert op het kleinste signaal van meebewegen – en beloont dat direct met ontspanning, zachtheid, of je adem.
Hulpen zijn als een dans. waar leiden en volgen elkaar afwisselen. Ze zijn:
- Niet dwingend, maar duidelijk.
- Niet zwaar, maar gecentreerd.
- Niet controlerend, maar verbindend.
De kwaliteit van je intentie
Als jij als ruiter traint vanuit een open hart, een zachte focus en een zuivere intentie – dan voelt je paard dat. Jouw hulp draagt dan de boodschap: “Ik zie je. Ik vertrouw je. Laten we samen iets ontdekken.”
En mijn ervaring is dat paarden daar heel enthousiast op aanhaken!
